top of page
  • Jane Leusink

Adder onder adders

In het eerste gedicht van Kraanvogels 'Dat we hier op aarde zijn, niet in het paradijs' schrijf ik over besprizorny, van ouders beroofden: 'om in leven te blijven gingen Misjka en ik uit stelen/Leonia en Moessia maakten het eten klaar. We waren/geheel verwilderd, als wilde dieren verdacht op/ieder geluid van het bos: het ruisen van de bladen/ het kraken van een tak'. De groep noemde zich de bende van de rode schuur en zwerft vanuit Rostov a/d Don richting Charkov, later Petersburg. Adder onder adders is de autobiografie van Victor Alexandrov. Het is een ongelooflijk boek, ik heb nog niet eerder zo gedetailleerd en vanuit zoveel verschoppelingen, boeren, ontsnapte dwangarbeiders, struikrovers en deserteurs de chaotische en uiterst wrede strijd tussen de Witte, Rode en Groene (anarchisten) legers in Oekraïne beschreven gezien (1917-1921). Victor is de zoon van een advocaat uit het oude St. Petersburg, de familie is zeer in goede doen, maar wordt tijdens het revolutiejaar 1917 van alles beroofd en vlucht naar Scandinavië. Victor is dan al naar het vakantiehuis in de Kaukasus gestuurd en komt dus terecht bij de besprizorny, daar maakt hij als vijftien en zestienjarige de Russische burgeroorlog mee. Mijn jeugd tijdens de Russische revolutie verscheen in de reeks Privé-domein, in de tijd dat we het boek nog moesten opensnijden, ja inderdaad bladzij voor bladzij.




bottom of page